Sytske SötemannArtikelen etc.Yazılar v.s. | |
Artikelen | |
De Kirazlı Mescitstraat | |
1999 | Ataol BehramoğluVoor het door Poetry International georganiseerde weekend over Turkse poëzie in het kader van de Culturele Week Turkije (een initiatief van Theater Zuidplein), vertaalde ik de hiernavolgende gedichten van Ataol Behramoğlu, een van de toentertijd zes genodigde dichters.Wit, als zijde viel de sneeuw Wit, als zijde viel de sneeuw Een meisje liep met haar lichte passen door de sneeuw in een droombeeld voorbij Ik dacht aan mijn vrienden, aan dierbare dingen Alsof alles er met ons is en er met ons zal zijn Er klonken liedjes in de kamers -Ik bedacht dat men van alle mensen houden moet Behalve van onze vijanden Want, omdat onze vijanden De liefde hebben vernietigd Zijn zij onze vijanden geworden- Wit, als zijde viel de sneeuw Een meisje ging met haar lichte hart door de sneeuw Voorbij terwijl ze even deed denken aan duiven. De stad in de verte Is nu ingeslapen. Ik dacht een voor een Aan de dingen die mijn broers aan het doen waren Nihat Zal wel niet slapen. -In de kamer naast de zijne zingt een meisje Een mooi liedje Een Russisch Volksliedje. En nu zijn ze in koor Begonnen- Nihat is aan het denken In het donker. -Over een uur Neem ik aan Doen ze in de gevangenis Buiten de lichten uit- Wit, als zijde viel de sneeuw Een meisje ging met vlinderpassen Over de sneeuw voorbij. Mensen nemen hun eigen liedjes Hun eigen droombeelden met zich mee. Moderne liedjes Hebben ze nodig Concrete Begrijpelijke Verstandige liedjes Die gaan over de diepzinnigheden Van hun leven Over hun vervulde Hun onvervulde verlangens, En die ook De strijd aanwakkeren. Wit, al zijde viel de sneeuw Op deze wereld vol van leed. Ongerechtigheid Terreur Zijn nog altijd krachtig En nog altijd aan de macht. Mensen Sterven. Piepjong Vol warmte Sterven zij Alsof zij niet sterven. Aan de ene kant duurt Het leven voort; Aan de andere kant zijn de ijzeren Hekwerken. Wit, als zijde viel de sneeuw Viel op de wimpers van een meisje Viel op een blauwe rivier Viel op mijn haren Op bussen Op bomen Op huizen. In mijn gedachten Streelde ik haar. Ik streelde in mijn gedachten De vlinderpassen Van het meisje dat langs mij heenging. Een of ander meisje Dat droombeelden heeft. Ik wilde dat Die wereld mooier zou zijn. Ik wilde dat Onder de wit Als zijde vallende sneeuw Deze voortdurende laaghartigheden Eindelijk zouden ophouden. Laat een baby Niet onder de dreiging van de dood leven In zijn wieg. En laat de mensen niet verscheurd zijn Terwijl ze voortgaan Vol warmte Springlevend. Laat, onder de wit als zijde vallende sneeuw Onze droombeelden bestaan. Laten wij leven Vrij Mooi Bedachtzaam. Laten wij dat wat wij denken Aan elkaar vertellen. Laat de vreugde overal oppermachtig Een menselijke Zorg zijn. Wit, als zijde viel de sneeuw. Laat maar vallen. De wereld zal mooier zijn Hier geloof ik in. Zoals ik geloof In de schoonheid van het hart van een mens In zijn jeugd In zijn eindeloze moed, in zijn mogelijkheden. *** Als ik sterf zal ik tegen de avond sterven Als ik sterf zal ik tegen de avond sterven Zal er op de stad een pikzwarte sneeuw vallen Zullen de wegen door mijn hart bedekt worden Zal ik tussen mijn vingers door Zien dat de nacht gekomen is Als ik sterf zal ik tegen de avond sterven Zullen de kinderen naar de film gaan Zal ik zoiets willen als mijn gezicht In een bloem begraven en huilen Zal een trein uit de diepte voorbijrijden Als ik sterf zal ik tegen de avond sterven Zal ik heimelijk willen verdwijnen Zal ik op een avond een stad ingaan Zal ik tussen de abrikozenbomen Door lopen en naar de zee kijken Zal ik een toneelstuk zien Als ik sterf zal ik tegen de avond sterven Zal er van verre een wolk voorbijdrijven Een donkere wolk van de jeugd Zal een surrealistische schilder Beginnen de wereld te veranderen Zullen vogelgeluiden, het geschreeuw De kleur van de zee en het land Zich met elkaar vermengen Zal ik jou een gedicht bezorgen Zullen de woorden uit mijn droom ontspruiten Zal de wereld uiteengaan in delen Op één deel een zondagochtend Op één deel een hemelgewelf Op één deel vergeelde bladeren Op één deel zal een mens Aan alles opnieuw beginnen *** De Kirazlı Mescitstraat De Kirazlı Mescitstraat Daalt af naar de Gouden Hoorn Armoedige houten huizen Ramen met erkers Op straat zitten de vrouwen Te breien Voor het buurtkoffiehuis staan De mannen met donkere gezichten Vermoeid maar koket komen de meisjes In versleten jurken terug van de fabriek Op de hoeken van de straat staan de jongens In het Koerdisch wat te praten Een honderdjarige lastdrager Worstelt met honderd kilo Kleine jongens schelden elkaar uit Op een vuilnishoop Als ik met deze jochies zou praten Wat zou ik dan kunnen zeggen Een bejaarde verzamelt nylonafval Om op te stoken in de winter De Kirazlı Mescitstraat Met deze regels in mijn hoofd Over een straat, over het arme Istanbul Kwam ik er op een namiddag voorbij *** Er is iets dat ik geleerd heb van mijn ervaringen Er is iets dat ik geleerd heb van mijn ervaringen: Als je leeft, zul je iets tot het uiterste moeten beleven Je geliefde moet uitgeteld zijn van het gekust worden Jij moet uitgeteld raken van het ruiken van een bloem Een mens kan uren naar de hemel kijken Kan uren naar de zee kijken, naar een vogel, naar een kind Leven op aarde, is daarmee vergroeien Is daar voor altijd wortelschieten Als je omhelst, dan zul je je vriend innig moeten omhelzen Zul je met al je spieren, met je lijf, met je passie de strijd moeten aangaan En als je je uitstrekt, dan zul je een keer moeten uitrusten in het hete zand Als een korreltje zand, als een blad, als een steen Een mens moet zo intens als mogelijk naar alle mooie muziek luisteren Alsof hij ook zichzelf geheel vult met geluiden, met melodieën Een mens moet het leven inspringen en duiken Alsof hij van een rots afduikt in een zee van smaragd Verre landen moeten je aantrekken, mensen die je niet kent Je moet branden van verlangen om alle boeken te lezen, het hele leven te kennen Je moet met niets het genot van het drinken van een glas water verruilen Maar hoeveel vreugde er ook is, je moet vervuld worden van het verlangen te leven En ook ellende moet je beleven, eervol, met je hele lijf Want ook smart doet, als vreugde, een mens rijpen Je bloed moet zich vermengen met de grote stroming van het leven In je aderen moet het altijd verse bloed van het leven stromen Er is iets dat ik geleerd heb van mijn ervaringen: Als je leeft, dan zul je groots moeten leven, alsof je je mengt met de rivieren, met de schaduw, met de hele omgeving Want dat wat wij bestaan noemen, is een geschenk dat het leven is aangeboden En het leven, is een geschenk dat is aangeboden aan de mens *** Omsingeld Omsingeld moet ik besluiten nemen Die mijn bestaan zullen benvloeden. Niet in afgelegen tuinen In vervallen kamers beleef ik de liefde Net op het moment dat ik de mooiste regel vind Wordt mijn droom verstoord door het geluid van een claxon De gedachten over mijn leven in mijn geest En een vetvlek op mijn broek. Een grijnzend, opdringerig reklamespotje Wordt aan het slot van een gevoelige film gezet De liefde verliest zijn betekenis Onbetrouwbaar wordt de haat. Zij aan zij met het lijk van een kind Leeft in mij het lachende kind Wij zijn tenslotte vergeten pure vreugde Te voelen en echt verdriet te hebben. Eens was er iets dat hemel heette Eindeloos, wijd, blauw Nu dwalen weke wolken Rond als zieke honden En de zee geketend door golfbrekers Is nu een geleidelijk verrottend water aan het worden Laat zijn gif in de natuur uitstromen Het moeras in ons... Omsingeld moet ik besluiten nemen Die mijn bestaan zullen benvloeden. Maar niets zal de liefde kunnen doen verdorren Die ik heb laten ontkiemen in de onvruchtbare aarde... *** Vergeten ben ik, hoe het was, het gezicht van mijn moeder Vergeten ben ik, hoe het was, het gezicht van mijn moeder Vergeten ben ik, hoe de stem was van mijn moeder. Laat de nacht een sluier zijn over de herinneringen Laat ik mijn zwarte hart omsluieren. Vergeten ben ik, hoe hij was, de lach van mijn moeder Vergeten ben ik, hoe mijn moeder was terwijl ze huilde. Laat het leven mij in zijn armen wiegen Ik ben er het kleine zoontje van. Vergeten ben ik, hoe zij waren, de handen van mijn moeder Vergeten ben ik, hoe haar ogen waren terwijl ze keek. Laat de wind de droge houtgeur brengen Terwijl de regen heel zachtjes neervalt. *** Stemmen Terwijl ik me vasthoud aan stemmen van mensen ga ik verder mijn armen zo wijd mogelijk gespreid om niet te worden afgedreven naar de afgrond Terwijl ik mij vasthoud aan stemmen van mensen ga ik verder om niet mijn weg kwijt te raken in de bedrieglijke duisternis De stem van mijn dochter die ’mammie’ zegt terwijl ze de 'ie'-klank lang aanhoudt terwijl ze stamelend ’mijn pappie’ zegt terwijl ze de eerste werkwoorden opzegt die ze heeft geleerd die stem als een nog onrijpe vrucht aan zijn tak die hartstochtelijk, onzeker, plotseling omhooggaat De stem van mijn vrouw, hoopvol als een glimlach en vol tederheid als de stem van een zusje De stem van mijn vader aan de telefoon gedempt, in de verte, maar zielsnabij De stemmen van mijn broers in den vreemde die aankomen als een onverwachte groet die de jeugd laten glanzen en zoveel dingen meer De stem van mijn moeder die ik vergeten ben die soms in mijn dromen klinkt En de stem van vrienden, die wanneer ik verdoofd ben ik voelbaar wil horen om mijn weg niet kwijt te raken om niet verloren te gaan in de onderdrukking Stemmen die zeggen ’pas goed op jezelf’ stemmen die zeggen ’hoe gaat het met je’ bezorgd, vriendelijk klinkend, teer, robuust, hees of hoog in tijden dat ik mij het beroerdst voel zijn het die stemmen die ik wil horen terwijl ik mij daaraan vasthoud erop vertrouwend dat we samen een duisternis overkomen ... *** Baby’s hebben geen natie De eerste keer ver van mijn land onderging ik dit gevoel Baby’s hebben geen natie De manier waarop ze hun hoofd ophouden is dezelfde Terwijl ze kijken is er dezelfde nieuwsgierigheid in hun ogen Terwijl ze huilen is er dezelfde klank van hun stem Baby’s zijn de bloem van onze mensheid Van de rozen het meest bijzondere, het mooiste knopje Sommigen een blond deeltje licht Sommigen een stukje pikzwarte druif Vaders, zet ze niet uit je hoofd Moeders, bescherm jullie baby’s Laat ze niet zeggen laat hem zwijgen laat hem zwijgen Als iemand over oorlog over rampspoed vertelt Laten we hen door liefde laten groeien Laten ze zich ontwikkelen als zaad Niet van jou zijn ze, niet van mij, van niemand Zij zijn van een hele wereld De oogappel van de hele mensheid De eerste keer ver van mijn land onderging ik dit gevoel Baby’s hebben geen natie Baby’s, de bloem van onze mensheid En de enige hoop van onze toekomst... *** Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van Mij heimelijk op weg te begeven Een steppenavond te aanschouwen door het raam van een bus Sprookjessteden ijlings passerend Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van Van het bevende, warme lichaam van vrouwen Het onderdompelen van mijn lichaam in het koele water Het najagen van de poëzie en de liefde Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van Te denken over wat ik ben, bevend... Als een klein kind in een donkere kamer Bang voor regen en eenzaamheid Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van Van het verenigen van mijn gedachte met dat wat wijd en oneindig is Van iets dat opstandig en onneembaar weerbarstig Gewillig en zachtjes het mijne wordt Eens hield ik er veel van, ik houd er nog steeds van En ik zal er zolang mijn brein en mijn lichaam op deze wereld bestaan altijd van houden Van dat wat schittert, dat wat telkens weer in de vitaliteit van een herfst Onveranderlijk en veranderlijk is eeuwig.... *** Je bent mijn geliefde Je bent mijn geliefde, je hebt geen tijd te overdenken wie je bent, want er is werk aan de winkel Uit de menigte komt er één tevoorschijn Als een ster in de nacht, als de verloren jeugd Je bent mijn geliefde, ik kus je witte tanden, waartussen een regel verborgen Van het onvoltooide vrijen van vannacht Je bent mijn geliefde, mijn gesmoorde liefde, mijn bloedende jeugd Ik laat je vliegen naar je kinderjaren Je vleugels worden moe, je baadt in het zweet, In de nacht word je naast me schreeuwend wakker Elke morgen zwaai ik naar je kruising met metaal Je bent mijn geliefde, we leggen een blaadje tussenin en stellen de liefde uit Die steels wordt beleefd in bussen en treinen En zonder te kunnen bloeden zijn onze lichamen zij aan zij *** In overeenstemming met Onze ogen zijn in overeenstemming met elkaar Onze handen, onze lippen En de liefde is in overeenstemming met ons De nacht is geheel in overeenstemming met de liefde De wind in overeenstemming met de nacht En de regen in overeenstemming met de wind Onze kussen zijn in overeenstemming met de regen Onze kamer is in overeenstemming met onze kussen En de wereld in overeenstemming met onze kamer En wij zijn in overeenstemming met de wereld *** Het was Parijs Het was Parijs, het was nacht, ik was jong Donker, pikzwart stroomde de Seine Ik was dronken, ik was nat, ik was idolaat Van de liefde, van de poëzie, van het lijden Het was Parijs, het Parijs van duizend en één gezichten Eens ook mijn geliefde Een avond deed mij bijna bloeden Toen september mijn lippen kuste Het was Parijs, met het verdriet voor het oprapen Daar wilde ik sterven Mijn niet geschreven gedichten Sleepte ik achter mij aan Het was Parijs, het Parijs van mijn liefde Elke lach, elk woord was een vat vol geheimen Alsof ik een hart was van top tot teen Gehuld in gevoelens van weemoed Het was Parijs, het Parijs van wanneer? Vervliegend met het leven dat voorbijvliegt Veranderde alles plotseling in herinnering Veranderde de liefde in een klaaglied Het was Parijs, het Parijs van de nacht, van het verdriet Van de regen en van de jeugd Bedankt, voor alles Wat je hebt geweigerd en geschonken *** De liefde is tweepersoons De richting van de wind verandert De bladeren verkleuren onverwacht; Het schip verdwaalt op zee Zoekt vergeefs een haven; De lach van een vreemdeling Ontnam jou die je liefhad; Het gif dat zich ophoopt vanbinnen Zal alleen zichzelf maar doden; Het is de dood die alleen leeft, De liefde is tweepersoons. Zelfs geen enkele herinnering is overgebleven Van al dat nachtenlange vrijen; Het lichaam dat je duizenden malen hebt aangeraakt Is duizenden jaren ver weg; De gedichten die je zou kunnen schrijven Zijn allang geschreven en voltooid; Het is de dood die alleen leeft, De liefde is tweepersoons. De liedjes die je kent, kunnen je Niet langer troosten; Het lijden bevrijdt zich uit zijn ketenen Het water beweegt zich tegen de stroom in; Ook als je als een dolk je liefde trekt Dient dat alleen om haar te doden: De losbandige vogel van de hartstocht Is heimelijk verdwenen; Het is de dood die alleen leeft, De liefde is tweepersoons. Je bent maar een verloren melodie, Verbruikt en uit het oog geraakt; In je dromen snikt een kind Terwijl de nacht tegen de ramen kruipt; Want geen enkele vlinder Kan zijn hartstocht alleen beleven, Tijdens het minnen is geen enkel insect Geen enkele vogel alleen; Het is de dood die alleen leeft, De liefde is tweepersoons. *** Zij gaven mij eens een zomer als graf Zij gaven mij eens een zomer als graf In een schuilplaats die overal zou kunnen zijn Er stond een vrouw op een balkon Met in haar stem een gewonde roos Het leven en de seizoenen waren hetzelfde Verzinkend in water, diep als slaap De lente kwam stamelend Uit hortend kindergelach Precies daar was de zee en bij de optrekkende Mist waren stemmen in de lucht Geheimzinnige geuren en gelach Door alles betoverd Zij gaven mij eens een zomer als graf In een stilte die mijn moeder is Misschien ook is het haar hart dat bloeit Diep binnenin een roos |
| (Terug) | |