Sytske SötemannTurkse poëzie in Nederlandse vertalingHollandaca'da Türkçe şiir | |
Hasan Ali TOPTAŞ (1958) | |
Yalnızlıklar'dan | Uit: Eenzaamheid |
İnsana en yakın yalnızlıktır insan. 1. Neresinden bakılırsa bakılsın, her cümlede bir çift göz vardır ve her noktada bir insan. O insan ki, bakar bize ve ötemize; ve o insan ki, giyindiǧi zamanın gerisinden sorar hep kaygılanır, duraksar ve sessizdir; ve geldim demenin bir sessizliǧi varsa, öpüşelim demenin, sen hâlâ gitmiyor musun demenin ya da ölmek istemenin bir sessizliǧi varsa, kelimeleri de vardır sessizliǧin duruşun kelimeleri vardır; bakışın, uzanışın, gülüşün... Ama, yalnızlıǧın kelimeleri yoktur. O, bütün kelimelerden oluşmuş bir kelimedir. 2. Yalnızlık mimarıdır çoǧu kez mimarlıǧımızın. O öykünün öyküsüzdür o kâǧıda dökülmemiş; şu şiirin sesidir, rengidir şarkıların şarkıcı- ların; ve her bakışın iskeletidir bin yıllardır - ki, gözlerimizi nereye çevirirsek orada durur; ve geçmişin çekmecelerinden her an kendine başka bir giyisi bulur ve o yazandır cümleleri; kelimeler odur. Her metnin arkasında sırdır o, önünde gözdür. Yalnızlık, yazar ve okur. 3. Masa çırılçıplaksa bir sandalyeyi gösterir bize, siyah beyazı, beyaz siyahı gösterir. Uzatmıştır parmaǧını bir çocuk, uzakları; uzaklarsa çocuǧu gösterir. Ottur taş dibinde salınır boyunca, rüzgârı; ve rüzgârdır çullanır üstüne otu gösterir. Adımlarınızın ürkekliǧidir, basacaǧınız yeri; kuştur gökyüzünü, gökyüzüdür kuşu gösterir. Ne neyi neyle örterse örtsün, her şeyin bir göstereni vardır. Yalnızlıǧı gösterense, her şeydir. © Hasan Ali TOPTAŞ, 2003 TİB-KY İstanbul | Voor de mens is de allernaaste eenzaamheid de mens. 1. Vanwaar je het ook bekijkt, in elke zin zit wel een paar ogen en in elke punt een mens. Die mens, die kijkt ons aan en aan ons voorbij; en die mens, die vraagt naar de keerzijde van de tijd waarin hij zich heeft gekleed is altijd bezorgd, besluiteloos en stil; en als er een stilte is van je uiting ik ben er, van je uiting laten we kussen, van je uiting ga je nog steeds niet weg of als er een stilte is van je verlangen te sterven, dan bestaan er ook woorden van stilte woorden van stilstand; van een blik, van een ligging, van een lach... Maar, van eenzaamheid bestaan er geen woorden. Zij, zij is een uit alle woorden ontstaan woord. 2. Eenzaamheid is doorgaans de bouwmeester van onze bouwkunst. Zij is het verhaal van het verhaal zij raakte nooit op papier; ze is de klank van dat gedicht, ze is de kleur van de liedjes van de zang- ers; en ze is het skelet van elke blik al duizenden jaren – die, waar wij onze ogen ook op richten daar staat; en in de laden van het verleden elk ogenblik voor zichzelf een ander gewaad vindt en zij is het die de zinnen schrijft; de woorden is. Achter elke tekst is zij het geheim, ervoor het oog. Eenzaamheid, ze schrijft en ze leest. 3. Als de tafel spiernaakt is toont ze ons een stoel, toont het zwart het wit, het wit het zwart. Een kind heeft zijn vinger uitgestrekt, naar de verten; maar de verten tonen het kind. Het is het onkruid, dat wiegend aan de voet van een steen, de wind; en het is de wind die zich erop stort het onkruid toont. Het is de schuchterheid van jullie stappen, die de grond die jullie zullen betreden; het is de vogel die de hemel, het is de hemel die de vogel toont. Wat met wat je wat dan ook bedekt, alles heeft een toonder. Als het de toonder van de eenzaamheid is, is hij alles. © Sytske Sötemann, 2011 Herziene vertaling na Vertaalatelier te Antwerpen |
| (Terug) | |