Sytske Sötemann

Turkse poëzie in Nederlandse vertaling

Hollandaca'da Türkçe şiir


Reisgenoten en Wijnschenkers: een kleine selectie

Yunus EMRE

Gazel

Gazel

I

Yoldaş olalım ikimiz
Gel dosta gidelim gönül
Haldaş olalım ikimiz
Gel dosta gidelim gönül

Kulağız olun sen bana
Dutalım dosttan yana
Kayıkmagıl öndin sona
Gel dosta gidelim gönül

Bu dünyaya kanmayalım
Fanidir aldanmayalım
İkimiz ayrılmayalım
Gel dosta gidelim gönül

Dünya değildir paydar
Aç gözünü canın uyar
Olun bize yoldaş ve yar
Gel dosta gidelim gönül

Bu dünyadan biz göçelim
Ol dost iline uçalım
Arzu hevesden geçelim
Gel dosta gidelim gönül

Ölüm haberi gelmedin
Ecel yakamız almadın
Azrail hamle kılmadın
Gel dosta gidelim gönül

Gerçek aşıkı görelim
Hakkın haberin alalım
Aşık Yunus bulalım
Gel dosta gidelim gönül

© Yunus EMRE, Dertiende eeuw
 
I

Laat ons beiden reisgenoot zijn
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief
Laat ons samen het leven delen
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Wees jij voor mij onze ogen en oren
Laat ons op weg gaan naar de vriend
Maak je geen zorgen over eind en begin
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Laat ons niet in deze wereld geloven
De vergankelijke laat ons niet worden misleid
Laat ons niet van elkaar scheiden
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Niet deze wereld is immers eeuwig
Doe je ogen open wek je ziel
Wees voor ons reisgenoot en geliefde
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Laat ons deze wereld verlaten
Laat ons vliegen naar het rijk van de vriend
Laat ons uit hartstocht de aarde ontstijgen
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Kom voor het doodsbericht ons bereikt
Kom voor de dood ons in de kraag grijpt
Kom voor de doodsengel zijn aanval doet
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

Laat ons de ware liefde aanschouwen
Laat ons het ware bericht vernemen
Laat ons de minnaar Yunus vinden
Kom naar de vriend laat ons gaan mijn lief

© Sytske Sötemann, 2007  


Kadı BURHANEDDİN

Gazel

Gazel

I

Şaha senin cemalini göreyim ondan öleyim
Susamışam visaline ereyim ondan öleyim

Bunca zeman lebin için saçun karanısındayım
Ab-ı-hayat kandadır sorayım ondan öleyim

Dün gece düşte ben seni benim ile görür idim
Bu düşümün tabirini yorayım ondan öleyim

Bezm-i ezelde ereli canıma aşkı hüsnünün
Erimedim varamadım ereyim ondan öleyim 

Canım ve aklım ve gönül zülfün içinde yittiler
Teşviş eğer omaz ise tarayım ondan öleyim

© Kadı BURHANEDDİN, 14e eeuw
 
I

O heer om jouw gelaat te mogen zien wil ik sterven
Ik hunker naar onze versmelting daarom wil ik sterven

Gun mij de tijd aan je lippen in het duister van je haar
Waar zich de levensbron bevindt daar wil ik sterven

Deze nacht droomde ik dat wij verbonden waren
De duiding laat zich raden daarom wil ik sterven

Sinds jouw schone liefde op het eeuwige feest mijn ziel doordrong
Reik ik naar wat ik niet raken kan daarom wil ik sterven

Mijn ziel en verstand en hart verloren zich in jouw haren
Al zijn die niet verward laat mij ze kammen daarom wil ik sterven

© Sytske Sötemann, 2007  


Ahmed PAŞA

Gazel

Gazel

I

Nalemi zemzeme-i murg-ı seherden sorasın
Dertment olduğumu hasta ciğerden sorasın

Gussamın kıssaların yazar iken ahumdan
Hameler yandığını name-i terden sorasın

Şevkini ruhlarının şem-i kamerden biliben
Zevkini leblerinin şehd ve şekerden sorasın

Kise-i ömrü tehi ettiğimi yolunda
Olacak hak beden kase-i serden sorasın

Hak olduğuma inanmaz isen bad-ı saba
Ayağı tozu ile geldi seferden sorasın

Gözlerim yaşı gibi dilbere ey peyk-i nesim
Ne için saldı beni ayn-ı nazardan sorasın

Vadi-i hecrde Ahmed kulun üftade garip
Cevrler çektiğini devr-i kamerden sorasın

© Ahmed PAŞA, 15e eeuw
 
I

Vraag waarom ik klaag over de vogel van het ochtendgloren
Vraag waarom ik lijd aan mijn pijnlijk zieke longen

Vraag waarom bij verhalen over het leed van mijn gazelle
De schrijvende pennen zich branden aan de brief vol tranen

Vraag waarom je lippen van suiker en honing genieten
Bewust van het verlangen van je wang naar de maankaars

Vraag mij me van de last van het leven te ontdoen op jouw weg
Vraag naar mijn schedel als mijn lichaam in de aarde begraven ligt

Vraag het de oostenwind als hij terugkomt van zijn reis met stof
Aan zijn voeten als je niet gelooft dat ik onder de groene zoden lig

Vraag o bode van de lentewind aan mijn hartendief 
Waarom zij mij als mijn tranen uit haar zicht verdreef

In de vallei van ballingschap is je slaaf Ahmed alleen gelaten
Vraag aan de maansikkel hoezeer hij heeft geleden

© Sytske Sötemann, 2007  


Pir SULTAN ABDAL

Gazel

Gazel

III

Dostun bahçesine bir hoyrat girmiş
Koru dur hey benli dilber koru dur
Gülünü dererken dalını kırmış
Kurudur hey benli dilber kurudur

Hangi dinden isen ona tapayım
Yarın mahşer günü bile kopayım
Eğil bir yol ak gerdandan öpeyim
Beri dur hey benli dilber beri dur

Bu meydanda serilidir postumuz
Çok şükür Mevlâ’ya gördük dostumuz
Bir gün kara toprak bürür üstümüz
Çürüdür hey benli dilber çürüdür

Kendisi okur da kendisi yazar
Hak hilal kaşına eylemiş nazar
Senin akranların cennette gezer
Huridir hey benli dilber huridir

Pir Sultan Abdal’ım başından başlar
İyisini yer de kimini taşlar
Bin çiçekten bir kovana bal işler
Arıdır hey benli dilber arıdır

© Pir SULTAN ABDAL, 16e eeuw
 
III

Een vlegel is de tuin van de vriend ingegaan
Een woud is het daar o lief van mij een woud
Terwijl hij de roos plukte brak hij haar tak
Verlept is die nu o lief van mij verlept

Welk geloof jij ook aanhangt ik zal me bekeren
Zelfs als me morgen de dag des oordeels overkomt
Laat mij je witte hals een gebogen weg kussen
Blijf dicht bij me o lief van mij dicht bij

Onze derwisjvacht ligt op dit plein gespreid
God zij dank aanschouwden we onze vriend
Op een dag bedelft de zwarte aarde ons
Verderven zullen we o lief van mij verderven

Hij leest zelf en schrijft ook zelf
God zegent je maangelijke wenkbrauw
Jouw kompanen wandelen in het paradijs
Hoeren zijn het o lief van mij hemelse hoeren.

Mijn Pir Sultan Abdal hij begint bij het vroegste begin
Hij neemt de goede tot zich en stenigt de andere
Van duizenden bloemen vult hij een korf honing
Als de bijen is hij o lief van mij als de bijen

© Sytske Sötemann, 2007  


HAYALİ

Gazel

Gazel

II

Ol gün kanı ki gün gibi suzan idim sana
Olsan revane saye-i bican idim sana

Esrar-i kainata ezel cüradan iken
Ben hankah-i aşkta hayran idim sana

Ne gülde renk ve bu var idi ne sabada fer
Ben gülşeninde bülbül-i nâlân idim sana

Sen naz ederdin ehl-i niaza Medine var
Ben Kâbe gibi çakgiriban idim sana

Şahım Hayali’yim ki cihan lamekân iken
Ben bir mekân-i hasta mihman idim sana

© HAYALİ, 16e eeuw
 
II

Op die dag brandde ik bijgevolg als een zon voor jou
Waar jij liep was ik als een levenloze schaduw voor jou

Terwijl de droesem eeuwig is voor de geheimen van de kosmos
Was ik in het convent van de liefde de aanbidder voor jou

Hoewel de roos geen kleur had of geur de ochtendwind geen flonkering,
Was ik in je rozentuin de klagende nachtegaal voor jou

Jij smeekte hun die aan het bidden waren als in Medina
Als bij de Kaba reet ik mijn kraag uiteen voor jou

Mijn padisjah ik ben Hayali daar de wereld geen plaats bood
Was ik te gast op een bijzondere plek uitgelezen voor jou

© Sytske Sötemann, 2007  


BAKİ

Gazel

Gazel

I

Nam ü nişane kalmadı fasl-i bahardan
Düştü çemende berg-i diraht itibardan

Eşcar-i bağ hırka-i tecride girdiler
Bad-i hazan çemende el aldı çenardan

Her yanadan ayağına altın akıp gelir
Eşcar-i bağ himmet umar cuybardan

Sahn-i çemende durma salınsın saba ile
Azadedir nihal bugün berg ü bardan

Baki çemende hayli perişan imiş varak
Benzer ki bir şikayeti var rüzgardan

© BAKİ, 16e eeuw
 
I

Taal noch teken restte er van het voorjaarsschoon
Op het gazon viel het blad uit de gratie van de boom

De bomen omhingen zich met mantels in derwisjtrant
De herfstwind nam op het gazon de plataan bij de hand

Van alle zijden stroomt het goud toe rond de voeten
Van de bomen die hulp van de beek graag begroeten

Laat op het gazon de vandaag van blad en vrucht
Bevrijde twijg blijven wiegen in de ochtendlucht

Baki op het gazon zijn de bladeren de verwarring nabij
Als doen zij hun beklag over de wind en het getij

© Sytske Sötemann, 2007  


KARACAOĞLAN

Gazel

Gazel

III

Dinleyen ağalar zamane azgın
Yiğidin başında döner bir kuzgun
Tohumu almış da tarlası bozgun
Yiğit de neylesin dayı olmayınca

Söylerim söylerim sözümden almaz
N’edeyim ldir halimden bilmez
Bu dostluğun senin boyuna sürmez
Anadan atadan soy olmayınca

Amana da deli gönül amana
Kalmadı eyi gün devr-i zamana
Cevheri de denk ettiler samana
Yük mastını bulmaz tay olmayınca

Karacaoğlan der ki yiğitler öğer
Açılmış meyvenin dalını eğer
Güzelin kıymatı bin altı değer
N’etmeli güzeli huy olmayınca

© KARACAOĞLAN, 17e eeuw
 
III

Heren die luisteren zijn door de jaren heen zeldzaam
In het hoofd van de held cirkelt een raaf
De wilde vlucht heeft het zaad en de aarde vernield
Wat staat de held te doen zonder zijn beschermheer

Ik zeg het altijd al hij gelooft me niet op mijn woord
Waar ik ben in overgave daar weet hij niet van
Deze vriendschap duurt niet je hele leven
Als je niet van je vader en moeder afstamt

Voor de minnaar is het dwaze hart voor de geliefde
Er bleef geen goede dag over in de loop der tijd
Toen verpakten ze het stof in het stro
Als er geen baal is gebruikt men geen lastdier

Karacaoğlan zegt dat hij de helden prijst
Hij buigt de tak van de rijpe vrucht
De waarde van de schoonheid valt niet te wegen
Zonder geestdrift bezit niemand schoonheid

© Sytske Sötemann, 2007  


Fıtnat HANIM

Cemre

Raadsel

Ol nedir kim üç birader her zaman
Birbiri ardınca olmuştur revan

Yılda bir kerre gelirler aleme
Maktemiyle kesb-i feyz eyler cihan

Kimseler görmüş değildir yüzleri
İsmi vardır cismi amma ki nihan

Birisi oldu havaya munkalip
Birisi ab içre tuttu aşiyan

Gördü bulmuş her birisi yerlerin
Biri  eyledi haki mekân

Serleri üç paları beş onların
Kıl tefekkür eyledim sana beyan

© Fıtnat HANIM, 18e eeuw
 
Ra ra wie zijn dit: Drie broers komen
Altijd een voor een achter elkaar aan

Een maal per jaar bezoeken zij de wereld
Dan valt de hele aarde overvloed ten deel

Niemand heeft ooit hun gezicht gezien een naam
Hebben zij wel maar hun lichaam is onzichtbaar

Een van hen verandert met het weer
Een ander bouwt zich een nest van water

Hij ziet dat er voor ieder een plekje is
De derde kiest als woonplaats de aarde

Van hun hoofden zijn er drie van hun voeten vijf
Denk na over wat ik heb verteld en zeg wie zij zijn

© Sytske Sötemann, 2007  


Terug